Marike van Gerven
artist

Marike van Gerven (1975) heeft haar opleiding gevolgd aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam in de richting illustratie. Daarna is zij autonome schilderkunst gaan studeren aan de Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost in Breda, waar zij in 1999 Cum Laude is afgestudeerd.

Als beeldend kunstenaar heeft zij gewerkt in Breda, Vittorio Veneto (Italië) en nu is haar atelier gevestigd in Sittard.

 

 De schilderijen: een spanningsveld tussen monochromen en beelden

 Marike van Gerven: ‘ Het monochroom speelt een hele grote rol binnen mijn werk. Dat is ontstaan door mijn fascinatie voor blauw. Als inspiratiebron de grote kunstenaar Yves Klein.

De eerste keer dat ik blauw als heel bijzonder ervaarde, was tijdens een moment dat ik op mijn rug in de zon lag. Ik keek naar de strakke, blauwe lucht boven mij. Even was er niets anders dan alleen dat blauw, en plotseling had ik het gevoel dat ik zelf geen gewicht meer had, maar opgeslokt werd door de leegte.

Er was niets meer over dan alleen mijn gedachten, het geluid van mijn hartslag en de leegte.’

 

 'Ik baadde in een ruimte die groter is dan het oneindige' (Yves Klein)

 

 Marike van Gerven: 'Het blauw van de lucht ontstaat door de oneindige leegte. Dat blauw kun je niet aanraken.

In het monochroom is het blauw als materie wel aan te raken aan het oppervlak, maar je oog gaat verder de diepte in, stopt niet bij de verf.

Het heeft een enorme aantrekkingskracht, alsof je weg zinkt in het effect ervan. Het beeld geeft een gevoel van oneindige diepte, gewichtsloosheid en stilte.'

 

 ‘Het blauw is de laatste sluier over het gelaat van de leegte’ (Yves Klein)

 

De grondering voor de monochromen maakt Marike van Gerven volgens een techniek die Cennino Cennini al in de 16e eeuw beschrijft. Dankzij Cennini zijn we in het bezit van deze wonderschone formule, die schilders al sinds de 13e eeuw gebruikten.

Marike van Gerven  heeft deze techniek uitgevoerd en de gronderingsprocedure gevolgd die de Vlaamse Primitieven (o.a. Jan van Eyck, ca. 1390-1441) gebruikten.

Deze techniek is zeer bewerkelijk- een proces van meer dan een maand- maar werkelijk wonderschoon. De kleuren van schilderingen op andere ondergronden verbleken bij de straling van de kleur op deze ondergrond. De kleur wordt zichtbaar in zijn grootste intensiteit. 

Het gebruik van deze eeuwen oude techniek verbindt de eeuwenoude kunstgeschiedenis met het oneindige, het tijdloze.

 

Het monochroom in relatie tot de beelden

 Stel je eens voor:...Het is aardedonker. Je bent alleen met je gedachten en gevoelens. Je kunt je eigen hartslag horen en je bloed horen stromen. Je bent omgeven door een leegte.

Opeens is er een minimale hoeveelheid licht. Er gaat een wereld open aan beleving.

Alsof er een zeepbel barst; zo klein de ingreep en toch zo dramatisch.

 

Stilte verandert in chaos van het ene moment op het andere.

 

Een wereld van beleving en emoties wordt zichtbaar..

De vraag is of het nu gaat om een gevoel van warmte, geborgenheid, of juist beklemming, eenzaamheid en teleurstelling?

Misschien is het de harde realiteit die het verlangen overschaduwt?

 

De metro is een goede metafoor voor de eenzaamheid in relaties tussen mensen. Samen, maar toch eenzaam. Noodzakelijk zitten om vooruit te komen, zonder dat de een zich om de ander bekommert. Geen warmte, alleen het hoogst noodzakelijke in een beklemmede omgeving. Op deze plek word je op je eenzaamheid gewezen.

Deze eenzaamheid zie je ook in het kwetsbare kind dat een zich verschuilt achter een masker en zich een wereld inbeeldt waar teleurstelling niet bestaat..

 

 De beklemmende ruimte, emotie en chaos tegenover de oneindige leegte, stilte en het tijdloze van de monochromen: dat is het spanningsveld binnen het werk.